Welkom op psion.nl

Column Karst Tjoelker: Medisch, of menselijk? (deel 1)

Het is een grijze maandagochtend, ergens in het oosten van Nederland. Voor mij zit een hip bebrilde ICT’er in een spijkerjack die met een waterige, afwezige blik naar zijn leeggedronken koffiemok staart.

“Ik wil gewoon weten wat er met mij aan de hand is”, zucht hij.

Gerald snapt het gewoon niet. Hij heeft alles op de rit; goede baan, goed salaris, een leuke vrouw.  Geen slechte jeugd gehad. Geen grote trauma’s. Gezond, voor zover hij weet – de dokter kon ook niks vinden. Dus, wáárom is hij vaak duizelig en altijd moe? Waarom zo snel aangebrand, altijd onrustig en niet in staat om een volle dag te werken? Dat is wat hij wil namelijk, maar hij kán het gewoon niet meer.

“Ik hoop dat jij het mij kan vertellen”, hoor ik hem voor de tweede keer zeggen. Zijn rechterbeen trilt, zijn armen drukken stijf en gekruist tegen zijn borstkas.

“Ik zal mijn best doen”, beloof ik op mijn beurt en grijp naar de koffiekan. Gerald lust nog wel een kop. Hij is geen prater, vertelt hij ondertussen. Met psychologie heeft hij eigenlijk niet zoveel. Het is niet rationeel. Niet logisch, per se. Geen harde wetenschap.

 “Maar ja”, zegt hij. “Ik moet toch wat.”

Een mooi verhaal

Gerald zal er zelf niet bewust van zijn geweest, maar er zijn nogal wat mensen die zijn ambivalentie en twijfel tegenover de psychologie delen. Sterker nog, er zijn heel veel wetenschappers die de afgelopen veertig jaar juist daarom hun best hebben gedaan om van de psychologie iets ‘hards’ te maken – bij mensen iets te kunnen ‘meten’, of iets ‘vast’ te kunnen ‘stellen’, zodat van willekeurige duiding of gebakken lucht geen sprake meer kan zijn in de spreekkamer.

Met dat laatste is misschien ook niet zoveel mis. Er is een tijd geweest dat bebaarde mannen al pijp-rokend elke kant op mochten filosoferen bij hun patiënten. Wie langs vier verschillende psychotherapeuten ging met eenzelfde klacht, kreeg vier compleet verschillende verhalen te horen over hoe dat nou kan, en waar dat mee te maken heeft. Of de patiënt zelf bij dat verhaal gebaat was, leek minder belangrijk.

Een helder verhaal

De wereld is veranderd: nu past elke klacht in de geestelijke gezondheidszorg binnen een strak begrensd kader, en is de kans groot dat je een diagnose krijgt voorgeschoteld. Depressief, een angststoornis, PTSS, een burn-out – wie een paar symptomen kan afvinken, heeft een label zo te pakken. Een medicijn is na die diagnose nooit ver weg. Voor elk label is er namelijk een middel. Of twee. Het lijkt de hardwerkende wetenschappers gelukt: psychologie is tastbaar geworden. Wie psychisch lijdt, kan een helder verhaal terugkrijgen van een psychiater of psycholoog. Het is een ziekte, stoornis, een afwijking. Iets medisch, in ieder geval.

Gerald excuseerde zich meerdere malen voor het feit dat zijn verhaal níet zo helder was in dat eerste gesprek. Hij wist niet waar hij moest beginnen. Bij zijn scheiding misschien; dat hij het zo verschrikkelijk jammer vond dat zijn huwelijk was mislukt en dat zijn twee zonen daar toch ook mee te maken hadden. Dat hij daar niet omheen kon. Dat hij zich schuldig voelde: tegenover haar, tegenover hen, tegenover zijn nieuwe vrouw – hij wilde het zó graag goed doen, maar hij wist nooit wanneer het goed genoeg was. En dan zijn werk nog, zijn collega’s, die nu iets minder op hem konden rekenen dan gewoonlijk. Hij wilde er vanaf zijn, die warboel. Gewoon werken.

Pijn en verantwoordelijkheid

Gerald staat in meerdere opzichten niet alleen; hij is één van de duizenden mensen in ons land die graag zichzelf beter wil begrijpen en wil weten wat hij kan doen om zijn klachten te verzachten. Alle PSION-psychologen zullen het hierin mij eens zijn; het is namelijk de kern van ons dagelijkse werk - we proberen mensen bewust te maken van zichzelf en leren hun verantwoordelijkheid te nemen voor die klachten.

Of iemand zijn of haar verantwoordelijkheid écht kan nemen, is sterk afhankelijk van het verhaal dat hij of zij te horen krijgt over die klachten. Dat Gerald denkt dat er iets mis met hem is, kan ik hem moeilijk kwalijk nemen – het idee dat psychologie iets medisch is, is wijdverbreid geworden inmiddels. Toch heb ik hem meermaals uitgelegd dat ik niet vind dat er iets geks aan de hand is met hem. Of iets medisch. Ik heb hem uitgelegd dat ik daar niet in geloof en dat ik bij een bedrijf werk dat daar óók niet in gelooft.

“Interessant’, vond Gerald. “Maar ik snap er nog steeds geen bal van.”

“Daar hebben we het de volgende keer over”, zei ik.

 

Benieuwd naar het hele verhaal van Gerald? U leest het in de volgende Column van Karst!
Deze blog is de eerste in tweeluik.

Kijk voor meer informatie op de website van PSION of neem contact met ons op.

Karst Tjoelker

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Karst Tjoelker
Psycholoog bij PSION 

 

* Om de anonimiteit van de zorgnemer te waarborgen, is de naam van de zorgnemer gefingeerd. 

Laatste nieuws