Welkom op psion.nl

Column Karst Tjoelker: Medisch, of menselijk? (deel 2)

Gerald snapte niet zo goed wat er met hem aan de hand was, vertelde ik in mijn vorige column. Het leven kostte hem veel meer energie dan gewoonlijk en werken lukte hem alleen nog voor halve dagen. Gerald zocht een verklaring. Een logische. Een medische, het liefst. Een oorzaak met een duidelijke naam en bijpassende oplossing.

Beide verklaringen had hij in de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) waarschijnlijk snel gevonden: veel psychologen redeneren namelijk veelal medisch, omdat ze zo zijn opgeleid. Klachten worden gelinkt aan helder omlijnde kaders; een diagnose is het doel. Misschien had Gerald een middel voorgeschreven gekregen. Een antidepressivum bijvoorbeeld, of was er gekozen voor een zekere afgebakende therapie, al dan niet geënt op een behandelprotocol.

Gerald leek even verbaasd toen ik vertelde dat PSION hier niet mee werkt. Hij vroeg zich af hoe het dan zat. “We doen veel op gevoel”, zei ik hem. “En ik heb eerlijk gezegd bij jou sterk het gevoel dat er heel veel vast zit.”

Gerald keek even weg. Zijn armen bleven veelzeggend gekruist op zijn buik rusten.

Relatie en techniek

Ik durf niet te zeggen welke therapie er voor Gerald zou zijn gekozen in de GGZ. Psychologie is als vakgebied namelijk erg versnipperd geraakt. En de lijst met beschikbare therapieën is onderhand eindeloos lang.

Dat laatste is eigenlijk best opmerkelijk. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt namelijk al jaren dat het niet zoveel uitmaakt welke therapie iemand kiest: geen enkele therapie is “de beste” te noemen. Bovendien zijn er helaas mensen die nergens echt van opknappen – die worden dan ‘therapieresistent’ genoemd. Wat wél uitmaakt is de relatie tussen de cliënt en de psycholoog. Als die door beide partijen als prettig wordt ervaren en er sprake is van wederzijds vertrouwen, dan is de kans groot dat er een positieve verandering optreedt bij de cliënt. “We helpen cliënten beter als de focus minder op de technische kanten van de behandeling ligt en meer op de relationele”, zei hoogleraar psychiatrie Jim van Os daarom vorig jaar in een interview met het blad Psyche&Brein. “Er gaat in het algemeen te weinig aandacht naar het belang van de relatie tussen de psycholoog en de cliënt.”

Het belang van de onderbuik

Iemand die wordt klaargestoomd om voor PSION gaan werken, leert op dag één meer over deze relatie waar Jim van Os het over heeft. Daarna volgt een draaikolk van rollenspellen, trainingen en persoonlijke gesprekken, zodat elke psycholoog tot diep in zijn vezels wéét dat hij of zij nou juist níet “de psycholoog” moet gaan uithangen tegenover de cliënt: er mag gelachen geworden, gehuild, gevloekt of geschreeuwd. Als het maar echt is en als je maar als gelijkwaardige tegenover iemand zit. Gewoon als jezelf.

Gerald heeft gehuild. Hij wist na een tijdje dat er niet zoveel ‘geks’ aan de hand was en dat hij niet genoeg ruimte heeft gegeven aan al het verdriet en de teleurstellingen die hij met zich meedroeg. Soms moest ik een traan bij mijzelf wegvegen – het was ontroerend om te zien. Die kwetsbare man die ooit zijn armen over elkaar hield, wist nu eindelijk zijn emoties toe te laten en te tonen. Soms was ik even jaloers: het leek hem gemakkelijker af te gaan dan mij – notabene zijn ‘psycholoog’! Zijn opluchting was zo groot dat je de spanning bijna uit zijn lijf zag wegvloeien.

Gerald kreeg weer praatjes na een aantal gesprekken. Hij lachte weer. De halve dagen werken, werden hele en hij had zijn concentratie weer terug.

“Ik heb dit vroeger nooit geleerd”, zei Gerald tegen mij. “Tsja, wie wel?”, vroeg ik hem. Mijn collega’s en ik horen dit bijna dagelijks. En wat is het eigenlijk toch gek dat de dingen die ons menselijk maken – onze gevoelens en onze eerlijkheid daarover – zo bijzonder zijn geworden.

En wat bijzonder dat juist dit ons werk mag zijn!

 

Karst Tjoelker

 

 

 

 

 

 


 

Karst Tjoelker
Psycholoog bij PSION 

 

* Om de anonimiteit van de cliënt te waarborgen, is de naam van de cliënt gefingeerd. 

 

Laatste nieuws