Geschreven door Marjolein Abma, psycholoog bij PSION
In mijn werk als psycholoog bij PSION spreek ik regelmatig medewerkers die na een ingrijpende gebeurtenis weer terugkeren naar het werk. Wat mij daarbij opvalt, is dat psychische klachten nog vaak pas serieus worden genomen wanneer ze zichtbaar zijn. In dit artikel deel ik een situatie uit mijn praktijk.
Drempel
Mijn cliënt had de dood in de ogen gekeken. Ze was bijna te laat geweest voor een medische ingreep en was met spoed geopereerd. Het fysieke herstel verliep goed, maar angst rondom de gebeurtenis hield haar lang in de greep. Nadat we de grootste angsten hadden kunnen verminderen, werd het tijd om weer terug te gaan naar het werk. En daar lag opnieuw een grote uitdaging: het zien van haar collega’s. De werkcultuur was hard en er werd gezegd wat men dacht en vond. Op zich prima; beter dan zwijgen of achter iemands rug om praten. Toch was er weinig ruimte voor het verhaal van de ander. De grap was dat het nog een zorginstelling was ook.
Tastbaar bewijs
“Ze willen mij graag zien om met hun eigen ogen te zien of het wel of niet goed met mij gaat. En je ziet niets aan mij.” Vaak volgt dan de uitspraak: “Ik zit liever in het gips dan mentaal in de kreukels.” Daar moet ik vaak om lachen, want buiten het gips om kun je een botbreuk ook niet echt zien. Zou het hoofd gipsen voor psychische klachten de oplossing zijn? Ook leidinggevenden hoor ik vaak zeggen dat ze eerst willen zien en dan geloven of de medewerker wel echt klachten heeft. Op zoek naar tastbaar bewijs. Een bekende oorsprong daarvan komt, niet geheel verassend, uit de Bijbel. De apostel “ongelovige” Thomas zou pas geloven dat Jezus zou zijn opgestaan uit de dood als hij de wonden van Jezus zelf had gezien en aangeraakt. Ook andere uitdrukkingen over dit onderwerp zijn al eeuwenoud. En eerlijk gezegd: een verhaal via-via-via voelt en luistert voor mij ook toch anders dan wanneer je de desbetreffende persoon zelf spreekt. Al was het alleen maar om de erbij verzonnen teksten en verhalen te verminderen. Want iedereen kent het doorfluister(kring)spelletje. De eerste van de ketting zegt een heel ander woord dan de laatste persoon.
Het luistert nauw
Helaas gebeurt maar al te vaak het tegenovergestelde van de gezegdes. Men ziet niets, dus het wordt niet geloofd. Natuurlijk zijn er situaties die ook niet kloppen en waar er andere zaken, zoals vaak conflicten, een rol spelen. Maar voor de situaties waarin het wél klopt, is mijn ervaring dat het ongeloof vaker ligt aan de persoon die het bewijs wil. Hoe goed wordt er daadwerkelijk gekeken, geluisterd, gevraagd en aangevoeld wat er bij de collega speelt? Om dit te doen goed te kunnen doen, is er tijd, ruimte en begrip nodig en je moet je even kunnen verplaatsen in de wereld van de ander. Jouw wereld even loslaten. Daarnaast is het belangrijk dat je de persoon ook goed kent en weet wat voor deze persoon normaal is. Ik verbaas mij vaak dat leidinggevenden, collega’s of dierbaren het niet zien of horen. De blik in de ogen is warrig, de woordkeuzes paniekerig en wanneer na een uur de oogleden gaan hangen, zie je de vermoeidheid.
De dame in kwestie had haar collega’s goed ingeschat. Nadat ze haar even hadden aangehoord, kwamen zij tot de conclusie dat er niet zo veel aan de hand kon zijn en haar gevoel overdreven was. Gelukkig hadden we met dat scenario rekening gehouden en geoefend. Ze bleef boven haar – kortzichtige- collega’s staan, zonder met hen in discussie te gaan. Ze had namelijk het geluk gehad om nog even te mogen blijven leven en liet zich niet meer gek maken door anderen.






